Vandaag hebben wij afscheid genomen en terug gekeken op het leven van Gerrit Kanters.
Jan Tazelaar sprak namens het bestuur van s.v. Loosduinen en omdat dit op zo’n mooie en reële wijze weergaf hoe wij Gerrit allemaal kenden willen wij graag deze woorden met alle blauw-witters delen.

Moeder Kanters, Danny en Pamela, Mark, Lyndsay, Dylan, Romy, Steffy, familie en alle andere aanwezigen.

Een groot deel van Gerrit z’n leven werd mede bepaald door zijn lidmaatschap van S.V. Loosduinen. En kijkend naar de BlauwWitte bloemenzee moet onze club toch heel belangrijk geweest zijn voor hem. Het is mij een eer, mede namens het bestuur van S.V. Loosduien, daarbij stil te staan. Het wordt geen droevig verhaal, integendeel, en Gerrit zou dat never nooit gewild hebben.

In september 1987 meldde Gerrit zich aan bij S.V. Loosduinen en liet zijn aanwezigheid op een bravoure-achtige manier al direct merken. Hij was afkomstig uit Alblasserdam. En volgens zijn zeggen speelde hij daar als laatste man in het eerste elftal. Dit was voor de toenmalige trainer aanleiding om hem direct in tweede elftal van de Loosduiners een oefenwedstrijd tegen onze buurman GDA te laten spelen.
We zagen hem uit de kleedkamer komen. Hij droeg van die destijds, populaire “Van Hanegems”. Dat waren schoenen die hoog boven de enkel sloten. En daaruit staken een paar dunne witte spillebeentjes met kuiten die je niet direct aan een selectie-voetballer zou toeschrijven.
De wedstrijd verliep niet bepaald gunstig voor ons tweede; GDA was te sterk. Onze blauwwitte jongens begrepen nl. de buitenspelval niet die Gerrit op onmogelijke momenten opzette. Volgens de overlevering heeft Gerrit nog één kans gekregen in een wedstrijd tegen De Postduiven. En dit was het laatste optreden van Gerrit in een selectie-elftal.

Nadien heeft hij nog wel een tijdje in het, wat wij maar even gemakshalve het Loek-de-Boer-elftal noemen, gespeeld.
Opvallende voetbalkwaliteiten hebben we eerlijk gezegd nooit kunnen ontdekken, maar hij was ondanks zijn schriele lichaamsbouw voor de duvel niet bang. Voorop in de strijd ging hij.
En, niet onbelangrijk, hij beheerde de pot. Je moest lappen vóór de wedstrijd. Anders kwam je de kleedkamer niet in….

Zijn kwaliteiten lagen duidelijk op een ander gebied. Al bij de eerste Algemene Ledenvergadering na zijn aanmelding duurde de rondvraag door zijn toedoen aanzienlijk langer dan gemiddeld. Hij zou wel eens even aangeven hoe het met de SV verder moest.

Zijn aandacht ging in eerste instantie uit naar het jeugdvoetbal. Mede ingegeven door zijn zoons Danny en Mark die actief waren in jeugdteams. Dat leidde uiteindelijk tot zijn benoeming als jeugdvoorzitter. Hij leidde de jeugd op zijn eigen wijze. Niet via gebaande wegen, maar op een ietwat onorthodoxe wijze. Niet volgens beleidsplannen, maar gewoon, uit de losse pols. Uit het Jubileumboek van 2011 is het volgende, ingekorte en wat aangepaste citaat, dat gaat over de jeugdkampen:

“Hij was een man met gezag. Als een generaal liep hij rond met een stokje onder de arm en wee je gebeente als je rottigheid uithaalde. Bijna een soort van Don Corleone. Tijdens een dagprogramma ging Gerrit er een keer op uit om iets leuks te regelen. Op enig moment kwam hij trots terug met de mededeling dat hij een excursie had geregeld naar een legbatterij voor kippen”.

Een legbatterij voor kippen, hoe kom je erop. Alsof kinderen dit het ultieme uitje vinden. Gerrit ten voeten uit.

Ook in die tijd was er al de controverse tussen Ajax- en Feyenoordfans. Tijdens een van de kampen zou er gekeken worden naar een Europacupwedstrijd van Ajax. Een van de jeugdleiders die een zeer fanatieke Ajax-fan was, had alles netjes geregeld zodat iedereen naar deze wedstrijd kon kijken. Echter, exact op het eerste fluitsignaal was er alleen maar sneeuw op de TV te zien, met grote paniek tot gevolg. Onze Gerrit als een oprechte Feyenoorder, had in een naastgelegen kamer de stekker van de antenne eruit getrokken.

Als bestuurder van onze vereniging was er nog een zeer opmerkelijk feit te vermelden. De bestuursvergaderingen vonden op toerbeurt plaats bij de bestuursleden thuis. Na de vergadering kon het soms erg gezellig worden en kon het ook weleens laat worden. Zo gebeurde het dat Gerrit een keer op weg naar huis in zijn oranje Opel Kadet stapte. Hij nam voor de Roomse Kerk (zoals wij die noemen) niet de rijbaan rechts maar de trambaan in het midden en kwam vast te zitten op de rails in het grind. Trams reden op dat tijdstip niet meer, dus dat was het probleem niet. Met man en macht hebben we die auto weer vlot getrokken, zodat Gerrit toch “op tijd” thuiskwam.

Voor de SV was hij dus zeer waardevol. Onder zijn leiding groeide de jeugd nl uit tot meer dan 200 leden.

Na het beëindigen van deze bestuursfunctie was hij altijd op Madestein te vinden. Ook om klusjes te doen. En vanwege zijn uitstekende relatie met de Loosduinse middenstand ritselde hij van alles. Hij werd niet voor niets de enige echte burgemeester van Loosduinen genoemd.

Ongelukkigerwijs maakte hij bij het uitvoeren van een klusje aan een lichtmast een val van een trap met gebroken enkels tot gevolg. De rest van zijn leven heeft hij hiervan last gehouden en hij was vanaf dat moment onlosmakelijk verbonden met rolstoel en later zijn scootmobiel.

Dat weerhield hem overigens er niet van om in z’n rolstoel vanuit de middencirkel een jeugdwedstrijd te fluiten. Nog een activiteit mag niet onvermeld blijven. Op de zondag na de familiedag werd alles opgeruimd en alles spic en span schoongemaakt. Gerrit deed daaraan niet mee en maakte traditioneel met uiterste precisie een stuk of veertig haringen schoon, die de harde werkers dan met een pilsje konden verorberen.

Zo was er nog veel meer, een hilarische dag zeevissen, paling eten, gehaktballen op het jeugdkamp die ook op andere wijze gebruikt werden, kaarten en infiltreren bij GDA en De Postduiven, te veel om op te noemen.

In 1997 werd hij vanwege dit alles benoemd tot Lid van Verdienste.

Los van onze SV was hij een echte Loosduiner geworden. Het touwtje uit de brievenbus was daarvan het beste bewijs. Iedereen kon binnenvallen. Niet onvermeld mag zijn dat Gerrit vele Loosduiners heeft geholpen met het invullen van het belastingformulier. Ook na het verlies van zijn echtgenote Co bleef hij zo veel als mogelijk midden in het leven staan. Als het kon was hij op Madestein te vinden voor een praatje, een biertje en een peukie.

Op enig moment wilde Gerrit kippen in z’n achtertuintje. Hij was gek op verse eitjes. Hij wilde dus zijn eigen legbatterij. Aan een kennis die kippen en een haan hield, vroeg hij vier bevruchte eieren om die zelf in een soort broedmachine uit te broeden.

Nadat Gerrit voor de zoveelste keer bij de man in kwestie had geklaagd dat de eieren niet uitkwamen, heeft deze man het maar opgebiecht: het waren vier gewone eieren uit de supermarkt, waarna Gerrit hem op zijn eigen bekende wijze toesprak. Je kon Gerrit nl. op een quasi asociale wijze aanspreken, het liefst zo luid mogelijk, waarop hij op dezelfde wijze altijd z’n antwoord klaar had. Omstanders begrepen daar niets van en waren van mening dat er een soort van burenruzie losbarstte.

Een jaar of wat geleden riep de gemeente een rookverbod af op sportcomplexen. Ook op Madestein. S.V. Loosduinen gedoogde roken in de buitenlucht in de middag en creëerde zelfs een rookruimte. Roken binnen in het clubgebouw bleef pertinent verboden. Dat was niets voor Gerrit. Daar, op z’n eigen plekje, een beetje achteraf, rookte hij toch wel z’n peukie en probeerde dat te verdonkeremanen door zijn shaggie onder de tafel te houden. Toen hij daarop werd aangesproken en hij dit categorisch ontkende en vervolgens gewezen werd op de rookslierten die onder de tafel vandaan kwamen, was geen smoes meer mogelijk en was vanaf dat moment ook Gerrit een geregelde bezoeker van onze rookmogelijkheid.

 We weten het. Zijn gezondheid nam gestaag af, moest opgenomen worden in een verzorgingstehuis, waar hij na een moeilijke periode overleed. We verliezen in Gerrit een oprechte Loosduiner.

Hij was een zeer markant man met een goed hart. Ook een lief mens die altijd behulpzaam was. Wij blijven Gerrit in herinnering houden en blijven schatplichtig aan zijn lijfspreuk: “Wat recht is, is recht en wat krom is, is krom”.

De plechtigheid begon met “Brothers in Arms”. Dat was hij ook. Een wapenbroeder. Maar hij was bij leven al een legende. En… “LEGENDS NEVER DIE”.